Veelgestelde vragen

Algemeen

Moeten deuren in vluchtroutes altijd met de vluchtrichting meedraaien?

Nee, de vereiste draairichting is afhankelijk van het aantal personen dat in geval van brand is aangewezen op de vluchtroute. Wanneer niet meer dan 37 personen (nieuwbouw) / 60 personen (bestaande bouw) zijn aangewezen op de vluchtroute mogen deuren in deze vluchtroute tegen de vluchtrichting indraaien (Bouwbesluit 2012, artikel 6.25 lid 3). Uiteraard is het wel veiliger wanneer deuren met de vluchtroute meedraaien. Doc/sa adviseert om ook in geval van bestaande bouw de deuren met de vluchtrichting te laten meedraaien wanneer meer dan 37 personen zijn aangewezen op de vluchtroute.

Moeten brandscheidingen periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) worden gecontroleerd?

Nee, de bouwregelgeving schrijft een periodieke controle van brandscheidingen niet voor.

Wel bevat het Bouwbesluit een zorgplicht (art. 1.16) ten aanzien van de uitvoering van brandscheidingen. Deze zorgplicht regelt dat doorvoeringen van kabels, leidingen en ventilatiekanalen in brandwerende scheidingsconstructies na het aanbrengen of wijzigen gecontroleerd dienen te worden op een juiste brandwerende afwerking. Het gaat hier om een eenmalige controle na het uitvoeren van de werkzaamheden.

Ook geldt er volgens de Woningwet (art. 1a) een zorgplicht voor gebruikers, eigenaren en bouwers van bouwwerken.
Hierin is bepaald dat deze partijen ervoor verantwoordelijk zijn dat er in een gebouw of op een terrein geen gevaar voor veiligheid of
gezondheid ontstaat of voortduurt.

Om de brandveiligheid te borgen is het uiteraard niet onverstandig om uw gebouw(en) periodiek te laten controleren. Dit kan bijvoorbeeld door een quickscan uit te laten voeren en een registratie hiervan vast te leggen in een logboek. Doc/sa helpt u hier graag bij.

Waar kan ik vinden welke versie van een NEN norm van kracht is?

In artikel 1.2 en de bijlagen 1 en 2 van de Regeling Bouwbesluit 2012. De regeling is in te zien via www.wetten.overheid.nl.

Wat zijn de Bouwbesluit eisen m.b.t. brandslaghaspels en draagbare blustoestellen?

Aanwezigheid

Afdeling 6.7 van het Bouwbesluit gaat over de bestrijding van brand met als doelstelling dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de bestrijding van brand heeft, dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden (aansturingsartikel 6.27). In de afdeling zijn vervolgens concrete voorschriften (prestatie-eisen) opgenomen, waaronder voorschriften m.b.t. brandslanghaspels en blustoestellen. Door te voldoen aan de relevante  voorschriften wordt voldaan aan de doelstelling van de afdeling.

Artikel 6.28 van het Bouwbesluit heeft betrekking op brandslanghaspels en artikel 6.31 heeft betrekking op blustoestellen. In deze artikelen is opgenomen wanneer brandslanghaspels en/of blustoestellen zijn vereist. Dat is afhankelijk van het gebruik en grootte van het gebouw(deel). Brandslanghaspels zijn bijvoorbeeld vereist in nieuw te bouwen kantoorgebouwen met in totaal meer dan 500m2 aan kantoorfunctie en in nieuw te bouwen onderwijsgebouwen ongeacht de grootte daarvan, terwijl bijvoorbeeld in woongebouwen veelal geen brandslanghaspels zijn vereist.

In de leden 1 en 2 van artikel 6.31 is opgenomen wanneer draagbare blustoestellen zijn vereist, waarbij lid 2 specifiek geldt voor de woonfunctie voor kamergewijze verhuur.

Lid 1 stelt dat gebouwen moeten worden voorzien van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen om een beginnende brand zo snel mogelijk te bestrijden, voor zover daarin niet reeds voldoende door de aanwezigheid van brandslanghaspels is voorzien.

Het gestelde in lid 1 geldt voor de meeste gebouwsoorten, maar is bijvoorbeeld niet vereist in voor o.a. vrijstaande vakantiehuizen.  

Zorgplicht

Wanneer blusmiddelen op basis van afdeling 6.7 zijn vereist, geldt ook lid 1 van artikel 1.16 van het Bouwbesluit. In lid 1 is onder andere opgenomen dat de vereiste blusmiddelen dienen te functioneren overeenkomstig de relevante voorschriften en dat de blusmiddelen adequaat beheerd, onderhouden en gecontroleerd dienen te worden. Daarbij worden geen termijnen voorgeschreven.

Aanvullend geldt voor de vereiste draagbare en verrijdbare blustoestellen artikel 6.31 lid 4. Hierin is het volgende opgenomen: ‘onverminderd het bepaalde in artikel 1.16, eerste lid, wordt ten minste eenmaal per 2 jaar overeenkomstig de NEN 2559 op adequate wijze het nodige onderhoud aan een bij of krachtens de wet voorgeschreven draagbaar of verrijdbaar blustoestel verricht en de goede werking van dat blustoestel gecontroleerd’.  

Samenvattend geldt voor brandslanghaspels dus geen concrete onderhoudstermijn en dienen draagbare en verrijdbare blustoestellen ten minste eenmaal per 2 jaar conform NEN 2559 gecontroleerd en onderhouden te worden.

In lid 4 van artikel 6.28 is opgenomen waaraan vereiste brandslanghaspels dienen te voldoen, waarbij in het kader van beheer en onderhoud voornamelijk lid 4b relevant is (bij mondstuk een statische druk van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit van minimaal 1,3 m3/h bij gelijktijdig gebruik van 2 brandslanghaspels). 

Toekomst

Op termijn zal het Bouwbesluit vervangen worden voor het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Daarvan is op 1-7-2016 een conceptversie gepubliceerd. In deze conceptversie is in artikel 6.35 opgenomen dat vereiste draagbare en verrijdbare blustoestellen evenals vereiste brandslanghaspels tenminste eenmaal per 2 jaar op adequate wijze gecontroleerd en onderhouden dienen te worden. In tegenstelling tot het Bouwbesluit is in de conceptversie van het BBL dus ook een minimale termijn voor brandslanghaspels opgenomen, echter wordt voor de draagbare en verrijdbare blustoestellen niet meer verwezen naar de NEN 2559. 


Naar het overzicht van veelgestelde vragen