Veelgestelde vragen

Brandpreventie

Hoe vaak moeten blusmiddelen worden gecontroleerd en onderhouden?

Conform het Bouwbesluit 2012 geldt een zorgplicht (artikel 1.16) wat onder andere inhoudt dat wettelijk vereiste blusmiddelen adequaat beheerd, gecontroleerd en onderhouden moeten worden zodat een goede werking daarvan kan worden gegarandeerd. In dit artikel worden geen controle- en onderhoudstermijnen genoemd. Artikel 6.31 lid 4 stelt aanvullend dat draagbare en verrijdbare blustoestellen minimaal eenmaal per twee jaar gecontroleerd en onderhouden moeten worden conform de NEN 2559. Doc/sa adviseert om de brandslanghaspels ook minimaal eenmaal per twee jaar door een ter zake kundige te laten controleren en onderhouden. Tevens het advies om hierover ook af te stemmen met uw verzekeringsmaatschappij.

Moeten rookmelders in woonfuncties voor kamergewijze verhuur onderling worden gekoppeld?

Ten eerste is het afhankelijk van toegepaste compartimentering in de kamergewijze verhuur hoeveel rookmelders zijn vereist. Wanneer de wooneenheden niet of niet allemaal zijn gecompartimenteerd (beschermde subbrandcompartimenten met een brandwerendheid /WBDBO van ten minste 30 minuten) moeten de verblijfsruimten in de wooneenheden worden voorzien van rookmelders. De vluchtroutes (gangen / trappenhuizen) tussen uitgang wooneenheden en uitgang gebouw en gezamenlijke verblijfsruimten zoals keukens moeten altijd worden voorzien van rookmelders. De rookmelders moeten voldoen aan, en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in de NEN 2555. Dat houdt o.a. in dat met de rookmelders een bepaald geluidsniveau moet worden behaald. Rookmelders kunnen onderling worden gekoppeld om hieraan te voldoen (Bouwbesluit 2012, artikel 6.21 lid 2 en lid 3).

Wanneer moet een brandmeldinstallatie worden gecertificeerd (inspectiecertificaat)?

Voorheen was certificering gekoppeld aan de verplichte doormelding naar de alarmcentrale van de brandweer (RAC). Tegenwoordig is dat niet meer zo en komt het voor dat een brandmeldinstallatie moet worden gecertificeerd terwijl geen rechtstreekse doormelding naar de alarmcentrale van de brandweer is vereist. In artikel 6.20 lid 6 en bijlage 1 van het Bouwbesluit 2012 is opgenomen wanneer certificering is vereist. Sinds de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 geldt tevens een certificeringsplicht voor de ontruimingsalarminstallatie. Wanneer de brandmeldinstallatie moet worden gecertificeerd, is tevens een gecertificeerde ontruimingsalarminstallatie wettelijk vereist (artikel 6.23 lid 4).

Als gebouw eigenaar hebben we een brief ontvangen van de gemeente over de brandveiligheid van woningen gebouwd voor 1980. In deze brief worden wij erop gewezen dat de compartimentering in dergelijke woningen vaak van onvoldoende kwaliteit is en wij, als eigenaar, ervoor verantwoordelijk zijn dat de compartimentering op orde is. Kan dit zo gesteld worden?

Conform artikel 1a van de Woningwet is de eigenaar verantwoordelijk voor een veilige staat van het bouwwerk. Sinds 2015 is artikel 1a van de Woningwet aangevuld met lid 3 waarin wordt gesteld dat er voor eigenaren een onderzoekplicht geldt wanneer het bouwwerk behoort tot een categorie conform ministeriële regeling. Deze regeling is er nog niet.

Conform artikel 1b lid 2 en artikel 2 lid 1b van de Woningwet moeten bouwwerken minimaal voldoen aan het Bouwbesluit 2012 – niveau bestaande bouw. Dit is het bodemniveau.

In het Bouwbesluit 2012 - niveau bestaande bouw is opgenomen dat elke woning een afzonderlijk brandcompartiment moet zijn (Bouwbesluit artikel 2.89 lid 5). De brandwerendheid (WBDBO) tussen woningen moet, conform bestaande bouw, minimaal 20 minuten bedragen (Bouwbesluit artikel 2.90 lid 1).

Dat een eigenaar verantwoordelijk is voor de juiste brandveilige staat van het bouwwerk is dus correct. Dit geldt niet alleen voor woningen die voor 1980 zijn gebouwd, maar voor alle bouwwerken. Gesteld wordt dat bij woningen van voor 1980 het risico groter is dat niet wordt voldaan aan de compartimenteringseisen, vandaar dat men zich in de brief richt op deze categorie woningen. Het komt echter ook vaak voor dat woningen van na 1980 niet voldoen. Daarbij is het natuurlijk altijd de vraag in welke mate niet wordt voldaan en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Conclusie:
U bent als eigenaar inderdaad verantwoordelijk en aansprakelijk.
De gemeente heeft de brief uitgebracht in adviesvorm. Ze geven aan dat ze zelf niet gaan controleren en handhaven. Ook dit is mogelijk. De gemeente moet een handhavingsbeleidsplan en uitvoeringsplan hebben waarin staat waarop ze zich richten wat betreft toezicht en handhaving en de diepgang van de controles.

Advies:
In gebouwen met meerdere woningen in een gebouw, of met een combinatie van woning(en) en andere gebruiksfuncties (bijvoorbeeld winkel) in één gebouw een steekproef / QuickScan uitvoeren. Daarbij de betreffende gebouwen niet alleen toetsen op compartimentering, maar ook op andere brandveiligheidsaspecten (integrale beoordeling).
Op basis van de steekproef / QuickScan bepalen of nader onderzoek / uitvoeringsacties noodzakelijk / gewenst zijn.

Doc/sa kan u ondersteunen met een dergelijk onderzoek / traject. Uiteraard zijn wij altijd bereid om (bij u op lokatie) hierover vrijblijvend in gesprek te gaan.


Naar het overzicht van veelgestelde vragen